Overslaan naar inhoud
Nederlands
  • Er zijn geen suggesties want het zoekveld is leeg.

Hoe werkt de portal dataLayer binnen Datamotive?

Leer wanneer de portal dataLayer wordt afgevuurd, waarom deze belangrijk is en welke variabelen je meegeeft bij activiteiten in de 'mijn omgeving'.

De portal dataLayer legt gebeurtenissen vast die plaatsvinden in de 'mijn omgeving' van het platform. Denk aan wijzigingen in het profiel, het instellen van voorkeursvestigingen of het starten van een werkplaatsafspraak. Hierdoor krijg je inzicht in wat gebruikers binnen het portaal doen. In dit artikel lees je wanneer de portal dataLayer wordt afgevuurd, waarom dat belangrijk is en welke variabelen je meegeeft.

Voorwaarde: de portal dataLayer is een van de geïmplementeerde dataLayers binnen Datamotive. Wil je eerst weten wat een dataLayer is en hoe deze in de datastroom past? Raadpleeg dan de handleiding [Wat is een DataLayer en hoe werkt deze binnen Datamotive?]

Wanneer wordt de portal dataLayer afgevuurd?

De portal dataLayer moet worden geactiveerd wanneer er activiteiten plaatsvinden in de 'mijn omgeving'. Telkens wanneer een gebruiker binnen het portaal een actie uitvoert, wordt de bijbehorende informatie via deze dataLayer vastgelegd.

Een voorbeeld van een portal-URL is: https://ignition.uwdatamotive.nl/portal/dashboard

Waarom is de portal dataLayer belangrijk?

De portal dataLayer geeft inzicht in de gebeurtenissen in de 'mijn omgeving'. Zo kunnen de acties en gebeurtenissen die daar plaatsvinden beter worden begrepen en geanalyseerd. Dit helpt om het gebruik van het portaal en de behoeften van gebruikers scherper in beeld te krijgen.

Voorbeeldcode

Hieronder zie je een voorbeeldcode om de portal dataLayer aan de website toe te voegen:

Scherm­afbeelding 2026-08-05 om 12.45.36

Variabelen van de portal dataLayer

De portal dataLayer bevat de volgende variabelen, onderverdeeld naar het object waarin ze voorkomen.

portal_category (String)
De categorie waarin de gebruiker zich binnen de portal bevindt. Mogelijke waarden:

  • dashboard – het dashboard van de mijn-omgeving.
  • vehicles – het voertuigengedeelte van de mijn-omgeving.
  • profile – het profielgedeelte van de mijn-omgeving.
  • location – het vestigingsgedeelte van de mijn-omgeving.

Binnen het object profile worden profielwijzigingen vastgelegd:

  • password_change (Boolean) – indicator voor het wijzigen van het wachtwoord.
  • personal_data_change (Boolean) – indicator voor het wijzigen van persoonlijke gegevens in het profiel.
  • communication_preferences_change (Boolean) – indicator voor het wijzigen van communicatievoorkeuren.

Binnen het object location worden vestigingsvoorkeuren vastgelegd:

  • location_sale_preference (String) – voorkeursvestiging voor verkoop.
  • location_garage_preference (String) – voorkeursvestiging voor de werkplaats.

Binnen het object garage wordt de werkplaatsafspraak vastgelegd:

  • start_garage_appointment (Boolean) – indicator voor het starten van het maken van een werkplaatsafspraak via de portal.

Let op: in de voorbeeldcode heet het veld communication_preferences_changes, terwijl de variabelenlijst communication_preferences_change (zonder s) aangeeft. Houd één consistente schrijfwijze aan bij de implementatie, zodat de metingen op alle plekken op dezelfde manier worden vastgelegd.

Overzicht variabelen

Variabele Object Type Keuzemogelijkheden Verplicht
portal_category String dashboard, vehicles, profile, location Ja
password_change profile Boolean true / false Ja
personal_data_change profile Boolean true / false Ja
communication_preferences_change profile Boolean true / false Ja
location_sale_preference location String Vrije waarde (vestigingsnaam) Ja
location_garage_preference location String Vrije waarde (vestigingsnaam) Ja
start_garage_appointment garage Boolean true / false Ja